Schaal 1:500 — rekenmachine en omrekening

Op schaal 1:500 staat elke centimeter op de tekening voor 500 centimeter, oftewel 5 meter in werkelijkheid. Vul een lengte in de rekenmachine in en je ziet de andere waarde meteen.

  • 1 cm op de tekening = 500 cm (5 m) in werkelijkheid
  • Schaalfactor: 0,002 (1/500 van de echte maat)
  • Standaard voor situatietekeningen en kavelplannen
Schaalverhouding
1:500

Resultaat

1:500
Schaalverhouding
0.002
Schaalfactor
Werkelijke lengte 10 m
Kaartlengte 0.02 m
advertentie

Visuele liniaal voor schaal 1:500

Kaart / Model | Werkelijkheid

Vergelijk de lengte op de tekening (boven, donkerblauw) met de echte lengte (onder, lichtblauw). De strook onder de rekenmachine reageert op de waarden die je invult.

Snelle omrekentabel voor schaal 1:500

Gebruik de tabel als je iets snel wilt opzoeken. De linkerkolom is de echte lengte, de rechterkolom de bijbehorende lengte op een tekening op schaal 1:500.

Echte lengte Lengte op schaal 1:500
5 m 1 cm
10 m 2 cm
25 m 5 cm
50 m 10 cm
100 m 20 cm
150 m 30 cm
200 m 40 cm
250 m 50 cm
500 m 1 m
1000 m 2 m

Wat betekent schaal 1:500?

Schaal 1:500 is een notatie waarbij het eerste getal de maat op de tekening aangeeft en het tweede de maat in werkelijkheid. In de praktijk staat elke centimeter op een tekening op schaal 1:500 voor 500 centimeter in het veld, oftewel precies 5 meter.

Het is een kleine schaal, dus op één blad past een groot oppervlak, terwijl afzonderlijke ruimtes en fijne details verdwijnen. Juist daarom kies je voor 1:500 als een heel perceel met gebouw en omgeving op één pagina te zien moet zijn.

De schaalfactor is 0,002, oftewel 1/500. Om uit je hoofd te rekenen: deel de echte lengte door 500 voor de lengte op de tekening, of vermenigvuldig de tekeningmaat met 500 om terug te gaan naar de werkelijkheid. De regel geldt in elke eenheid, zolang beide kanten dezelfde gebruiken.

Waar wordt schaal 1:500 gebruikt?

Schaal 1:500 kom je overal tegen waar een groot oppervlak op één blad moet passen zonder dat het totaalbeeld verloren gaat:

  • Situatietekening — de tekening die bij een vergunningaanvraag wordt gevraagd. Ze toont de perceelgrenzen, de contour van het gebouw, de afstanden tot de grenzen, de toegangen en de aansluitingen op één pagina.
  • Stedenbouwkundige plannen — woonwijken, campussen en commerciële projecten gebruiken 1:500 om wegen, parkeren, leidingen en de onderlinge ligging van gebouwen te ordenen.
  • Groen en terreinmodellering — grote tuinen, parken en sportvelden, waar het hele terrein telt en niet het detail van de beplanting.
  • Civiele werken en leidingen — afwatering, verharding en het tracé van leidingen over het hele project, op een schaal die nog helder afdrukt.
  • Maquettes en presentaties — massamaquettes en visualisaties van het geheel, waarbij 1:500 de maquette op tafelformaat houdt.

Schaal 1:500 in de praktijk — voorbeelden

Een paar concrete omrekeningen helpen om er gevoel voor te krijgen:

  • Bouwkavel — een perceel van 30 m × 25 m wordt 6 cm × 5 cm op de tekening, zodat er ruimte blijft voor maten en aantekeningen.
  • Contour van een woning — een huis van 15 m breed wordt als 3 cm getekend en blijft goed leesbaar zonder het blad vol te maken.
  • Parkeerterrein — een terrein van 100 m lang past in 20 cm, zodat je alle plaatsen en de toegangsweg samen kunt tonen.
  • Sportveld — een voetbalveld van 105 m lang komt uit op ongeveer 21 cm, en het hele geheel past nog op één pagina.
  • Kleine woonwijk — een blok van 500 m lang wordt 1 m op de tekening, ideaal voor een grote wandplaat.

Schaal 1:500 — veelgestelde vragen

1 centimeter op een tekening op schaal 1:500 komt overeen met 500 centimeter in het veld, oftewel 5 meter. Een lijn van 6 cm staat dus voor 30 m in werkelijkheid.

Schaal 1:200 is groter en toont meer detail — 1 cm is 2 m, geschikt voor één gebouw. Schaal 1:500 is kleiner en brengt een veel groter oppervlak op het blad, daarom gebruik je die voor het hele perceel en niet voor één bouwwerk.

Deel de echte lengte door 500. Een weg van 500 m wordt 1 m op de tekening, een afstand van 5 m tot de grens wordt 1 cm. De regel geldt in elke eenheid, zolang beide kanten dezelfde gebruiken.

Dat is het getal waarmee je de echte lengte vermenigvuldigt om de lengte op de tekening te krijgen. Echte lengte × 0,002 = lengte op de tekening. De factor is in elke eenheid hetzelfde.

Ja. De situatietekening is het meest voorkomende gebruik van 1:500, omdat ze grenzen, gebouwcontour en afstanden op één blad toont. Voor plattegronden gebruik je een grotere schaal, zoals 1:100 of 1:50.

Heb je een andere schaal nodig?

Open de volledige rekenmachine om met elke verhouding en eenheid te werken, of gebruik de schaalbalkgenerator om je eigen meetlat te ontwerpen en af te drukken.