Schaal 1:50 — rekenmachine en omrekening

Op schaal 1:50 staat elke centimeter op de tekening voor 50 centimeter, oftewel een halve meter in werkelijkheid. Vul een lengte in en je ziet meteen de bijhorende waarde.

  • 1 cm op de tekening = 50 cm (0,5 m) in werkelijkheid
  • Schaalfactor: 0,02 (1/50 van de werkelijke grootte)
  • Standaard voor plattegronden, interieurplannen en bouwdetails
Schaalverhouding
1:50

Resultaat

1:50
Schaalverhouding
0.02
Schaalfactor
Werkelijke lengte 10 m
Kaartlengte 0.2 m
advertentie

Visuele liniaal op schaal 1:50

Kaart / Model | Werkelijkheid

Vergelijk de lengte op de tekening (boven, donkerblauw) met de werkelijke lengte (onder, lichtblauw). De strook onder de rekenmachine beweegt mee met de waarden die je invult.

Snelle omrekentabel voor schaal 1:50

Gebruik de tabel als je snel een waarde wilt opzoeken. Links staat de werkelijke lengte, rechts de bijhorende lengte op een plan op schaal 1:50.

Werkelijke lengte Lengte op schaal 1:50
1 m 2 cm
2 m 4 cm
3 m 6 cm
5 m 10 cm
10 m 20 cm
15 m 30 cm
20 m 40 cm
25 m 50 cm
50 m 1 m
100 m 2 m

Wat betekent schaal 1:50?

Schaal 1:50 is een notatie waarbij het eerste getal de maat op de tekening aangeeft en het tweede de maat in werkelijkheid. In de praktijk staat elke centimeter op een plan op schaal 1:50 voor 50 centimeter in de ruimte, oftewel een halve meter.

Het is een redelijk grote schaal, dus een afzonderlijke kamer of een klein appartement past op één blad met voldoende ruimte om muren, deuren, ramen en meubilair helder te tekenen. Daarom kiezen architecten, interieurontwerpers en aannemers voor 1:50 zodra de plattegrond op afdrukformaat al goed leesbaar moet zijn.

De schaalfactor is 0,02, oftewel 1/50. Om uit het hoofd om te rekenen: deel de werkelijke lengte door 50 voor de lengte op de tekening, of vermenigvuldig de lengte op de tekening met 50 om terug te komen op de werkelijke maat. De regel werkt in elke eenheid, zolang beide kanten dezelfde gebruiken.

Waar wordt schaal 1:50 gebruikt?

Schaal 1:50 kom je tegen waar het draait om het interieur en het detail, niet om het hele gebouw:

  • Plattegronden — woningen, huizen en kantoren waar muren, deuren, ramen en inbouwkasten in één oogopslag te lezen moeten zijn.
  • Interieur- en meubelplannen — keuken-, badkamer- en woonkamerontwerpen met meubels, apparatuur en doorloopruimte op werkelijke maat.
  • Bouwdetails — wandopbouw, trappen en aansluitingen waar maatvoering en aanwijzingen ruimte nodig hebben.
  • Installaties — ventilatie, sanitair en elektriciteit, waarbij elk toestel en elk aansluitpunt op de tekening moet passen.
  • Doorsneden en aanzichten — verticale beelden van één bouwlaag met raamhoogten, plafondhoogten en afwerking.

Schaal 1:50 in de praktijk — voorbeelden

Een paar concrete omrekeningen helpen om gevoel voor de schaal te krijgen:

  • Woonkamer — een kamer van 6 m × 5 m wordt op de tekening 12 cm × 10 cm, met genoeg ruimte voor meubels, maten en aanwijzingen.
  • Slaapkamer — een ruimte van 4 m breed komt op 8 cm; bed, nachtkastjes en kastdeuren blijven helder leesbaar.
  • Gang — een gang van 10 m past in 20 cm, voldoende om elke deur en elke schakelaar aan te geven.
  • Appartement — een woning van 18 m lang wordt 36 cm op de tekening, ideaal om het hele plan op een A3 te presenteren.
  • Klein kantoor — een verdieping van 15 m × 9 m komt op 30 cm × 18 cm, perfect voor overleg met de huurder.

Schaal 1:50 — veelgestelde vragen

1 centimeter op een plan op schaal 1:50 staat voor 50 centimeter, oftewel een halve meter. Een lijn van 6 cm op de tekening komt dus overeen met 3 m in werkelijkheid.

Schaal 1:50 is twee keer zo groot als 1:100 en toont op hetzelfde blad vier keer zoveel detail. Kies 1:50 als je meubilair en apparatuur wilt zien; stap over op 1:100 als je een hele verdieping of een klein gebouw op één blad nodig hebt.

Deel de werkelijke lengte door 50. Een muur van 5 m wordt 10 cm op het plan en een kamer van 3 m komt op 6 cm. De regel werkt in elke eenheid, zolang beide kanten dezelfde gebruiken.

Dat is het getal waarmee je de werkelijke lengte vermenigvuldigt om de lengte op het plan te krijgen. Werkelijke lengte × 0,02 = lengte op het plan. De factor blijft hetzelfde, ongeacht de eenheid.

Ja. Voor plattegronden, meubelplannen en afwerkingsdetails is 1:50 de klassieke schaal: er blijft voldoende ruimte voor nette maatvoering en aanduidingen. Voor het hele gebouw is 1:100 handiger; voor uitvoeringsdetails gebruik je 1:20 of 1:10.

Nodig je een andere schaal?

Open de volledige rekenmachine om met elke verhouding en elke eenheid te werken, of ga naar de schaalbalkgenerator om je eigen meetlat te ontwerpen en af te drukken.