Schaal 1:5 rekenmachine

Op schaal 1:5 staat één centimeter op de tekening voor vijf centimeter in het echt. Vul een willekeurige lengte in de rekenmachine in en je ziet het resultaat meteen.

  • 1 cm op de tekening = 5 cm in het echt (1 eenheid = 5 eenheden)
  • Schaalfactor: 0,2 (een vijfde van het echte formaat)
  • Gangbare schaal voor grote, gedetailleerde modellen, prototypes en onderdeeltekeningen
Schaalverhouding
1:5

Resultaat

1:5
Schaalverhouding
0.2
Schaalfactor
Werkelijke lengte 10 m
Kaartlengte 2 m
advertentie

Visuele liniaal voor schaal 1:5

Kaart / Model | Werkelijkheid

Vergelijk de lengte op het model (boven, donkerblauw) met de echte lengte (onder, lichtblauw). De strook onder de rekenmachine past zich aan de waarden aan die je invoert.

Snelle omrekentabel voor schaal 1:5

Gebruik deze tabel als je snel een lengte wilt opzoeken. De linkerkolom is de echte lengte, de rechterkolom de bijbehorende lengte op schaal 1:5.

Echte lengte Lengte op schaal 1:5
5 cm 1 cm
10 cm 2 cm
25 cm 5 cm
50 cm 10 cm
1 m 20 cm
2 m 40 cm
5 m 1 m
10 m 2 m
25 m 5 m
50 m 10 m

Wat betekent schaal 1:5?

Schaal 1:5 is een verhouding: het eerste getal is het formaat op de tekening, het tweede het formaat in werkelijkheid. Eén eenheid op het model staat voor vijf gelijke eenheden in het echt. Eén centimeter op papier komt dus overeen met vijf centimeter in de werkelijkheid.

Het is een grote schaal: het voorwerp verschijnt op een vijfde van het echte formaat, groot genoeg om fijne details duidelijk zichtbaar te houden. Hij ligt tussen 1:2, waar onderdelen bijna op ware grootte staan, en 1:10, waar hetzelfde voorwerp nog eens halveert. Op schaal 1:5 vult een enkel voorwerp het blad, terwijl randen, gaten en kleine details goed leesbaar blijven.

De schaalfactor is 0,2, oftewel 1/5. Deel de echte lengte door 5 om de lengte op de tekening te krijgen, of vermenigvuldig de tekeninglengte met 5 om het echte formaat te vinden. De berekening werkt in elke eenheid, zolang beide kanten dezelfde gebruiken.

Waar wordt schaal 1:5 gebruikt?

Schaal 1:5 past wanneer je een groot voorwerp net genoeg wilt verkleinen om het op een blad te krijgen zonder detail te verliezen:

  • Gedetailleerde modellen — grote presentatiemodellen die scherpe, leesbare details nodig hebben.
  • Prototypes en productontwerp — meubels, apparaten en uitrusting getoond op een formaat dat je van dichtbij kunt bestuderen.
  • Onderdeel- en detailtekeningen — machineonderdelen en mechanische delen die te groot zijn om op ware grootte te tekenen.
  • Grote RC-modellen — flinke radiografisch bestuurde auto's en vliegtuigen gebouwd op een vijfde van het echte.
  • Houtbewerking en gietmodellen — houtuitzettingen en mallen waarbij de exacte verhoudingen tellen.

Voorbeelden van schaal 1:5 in de praktijk

Een paar concrete getallen maken de schaal tastbaar:

  • Hoog voorwerp — een voorwerp van 1 m hoog is 20 cm op het model.
  • Breedte van een meubel — een kast van 80 cm breed wordt 16 cm.
  • Machineonderdeel — een onderdeel van 60 cm lang is 12 cm op de tekening.
  • Motorblok — een blok van 50 cm meet precies 10 cm op schaal 1:5.
  • Groot model — een echte lengte van 3 m geeft 60 cm op het model.

Schaal 1:5 — veelgestelde vragen

Deel de echte lengte door 5 om de lengte op de tekening te krijgen, of vermenigvuldig de tekeninglengte met 5 om het echte formaat te vinden. Een kast van 80 cm wordt 16 cm, en een lijn van 12 cm op de tekening staat voor 60 cm in het echt.

De schaalfactor is 1/5, oftewel 0,2. Vermenigvuldig elke echte lengte met 0,2 om het formaat op schaal 1:5 te krijgen. De factor blijft gelijk, of je nu in millimeters, centimeters of meters meet.

Op schaal 1:5 wordt alles twee keer zo groot getekend als bij 1:10, dus neemt hetzelfde voorwerp vier keer zoveel oppervlak op het blad in. Daar staat bereik tegenover: 1:5 houdt meer detail op een enkel onderdeel, terwijl 1:10 een groter voorwerp op een blad laat passen.

Het is een grote schaal. Hoe kleiner het tweede getal, hoe groter de tekening. 1:5 toont voorwerpen op een vijfde van het echte formaat, veel groter dan bij een kaartschaal als 1:1000. Daarom past hij goed bij gedetailleerde modellen en onderdeeltekeningen.

Ja, beide notaties betekenen precies hetzelfde. Op sommige tekeningen staat 1/5 en op andere 1:5, maar de verhouding — en het formaat op het blad — is identiek.

Heb je een andere schaal nodig?

Open de volledige rekenmachine om met elke verhouding en eenheid te werken, of ga naar de schaalbalkgenerator om je eigen meetlat te ontwerpen en af te drukken.