Wat betekent schaal 1:100000?
Schaal 1:100000 is een verhouding: het eerste getal is een afstand op de kaart, het tweede de bijbehorende afstand in het veld. Eén centimeter op de kaart staat voor 100.000 centimeter in werkelijkheid, oftewel 1.000 meter, dus precies één kilometer. Van alle gangbare kaartschalen is dit de enige waar je helemaal niet voor hoeft te rekenen: 1 cm is 1 km.
Met de hand omrekenen kost één bewerking. Deel een afstand in het veld door 100.000 voor de lengte op de kaart, of vermenigvuldig een gemeten kaartlengte met 100.000 om terug te gaan naar het veld. Beide kanten moeten dezelfde eenheid hebben, dus reken kilometers eerst om naar centimeters — of vul de waarde hierboven in de rekenmachine in.
De schaalfactor is 0,00001, oftewel 1/100.000. Hier houdt het topografische bereik op en begint dat van de overzichtskaarten. Wegen, rivieren, spoorlijnen, bossen en de grote lijn van het reliëf blijven leesbaar, maar losse gebouwen en perceelsgrenzen verdwijnen: een object van 100 meter is nog maar 1 mm groot. Deze schaal laat een hele regio in één keer zien, maar helpt je niet op een enkele helling.
Waar wordt schaal 1:100000 gebruikt?
Schaal 1:100000 kies je zodra een hele regio op één vel moet passen:
- Wegenatlassen en reiskaarten — een dag rijden past op een pagina en het wegennet blijft leesbaar.
- Regionale kaartseries — de Amerikaanse USGS dekt het land met een serie 1:100.000 op bladen van 30 bij 60 minuten, en Europese karteringsdiensten geven overzichtsbladen in dezelfde verhouding uit.
- Lange fiets- en motorroutes — een etappe van 100 km wordt een meter op de kaart, dus een tocht van meerdere dagen blijft in beeld zonder stapel bladen.
- Ruimtelijke ordening — gemeentegrenzen, vervoerscorridors en grondgebruik zijn over een hele regio af te lezen.
- Bosbouw, landbouw en waterbeheer — stroomgebieden, boscomplexen en grote bedrijven verschijnen in hun geheel in plaats van in stukken.
- Situatiekaarten — één blad dekt het hele werkgebied, met het terrein teruggebracht tot wat op afstand telt.
Schaal 1:100000 in de praktijk — voorbeelden
Een paar concrete afstanden maken de schaal tastbaar:
- Een kilometer weg — 1 cm op de kaart, een gewone liniaal leest dus meteen kilometers af.
- Een dal van 30 km lang — 30 cm, ongeveer de lange zijde van een A4.
- Een fietsetappe van 60 km — 60 cm, een hele dag past op twee vouwen van de kaart.
- Een meer van 500 m breed — 5 mm, ongeveer de breedte van een gedrukt snelwegsymbool.
- Een marathonroute van 42 km — 42 cm van start tot finish.