Schaal 1:1: ware grootte

Op schaal 1:1 is een tekening of model precies even groot als het echte voorwerp. De getallen blijven gelijk, dus de rekenmachine gebruik je hier om eenheden om te rekenen, bijvoorbeeld meters naar centimeters.

Schaal

1:1

Schaalfactor

1

Resultaat

Werkelijke lengte 1 m
Lengte op kaart 100 cm
  • 1 cm op de tekening = 1 cm in het echt
  • Schaalfactor: 1, oftewel 100% van de echte maat
  • Ook wel ware grootte, werkelijke grootte of 1 op 1 genoemd
advertentie

Liniaal op het scherm in schaal 1:1

Bij schaal 1:1 vallen de verdeling van de tekening (boven, donkerblauw) en de echte verdeling (onder, lichtblauw) streep voor streep samen. Kies je scherm bij de kalibratie, dan liggen de lengtes op de liniaal dicht bij de echte.

Kaart / Model Werkelijkheid

Dezelfde maat op schaal 1:1 en op de schalen ernaast

In de kolom 1:1 blijft de maat gelijk. De kolom 2:1 laat zien hoe lang ze is op een tekening die twee keer zo groot is, de kolommen 1:2 en 1:5 op verkleinde tekeningen. Alle waarden zijn in millimeters.

Echte lengte 2:1 1:1 1:2 1:5
2 mm 4 2 1 0,4
5 mm 10 5 2,5 1
10 mm 20 10 5 2
25 mm 50 25 12,5 5
50 mm 100 50 25 10
100 mm 200 100 50 20
250 mm 500 250 125 50
500 mm 1000 500 250 100

Welk vel past bij een tekening op schaal 1:1?

Op schaal 1:1 moet het voorwerp helemaal op het vel passen. Het schema toont de formaten van de A-reeks in de juiste verhouding. De hele rechthoek is een vel A0 en elk volgend formaat is de helft van het vorige.

A1 A2 A3 A4 A4
A0
841 × 1189 mm
A1
594 × 841 mm
A2
420 × 594 mm
A3
297 × 420 mm
A4
210 × 297 mm
Op een A4-vel uit een thuisprinter past een voorwerp dat iets kleiner is dan 210 × 297 mm, omdat de printer aan de randen een paar millimeter wit laat. Voor een langer voorwerp heb je A3, een grootformaatprint of een verkleiningsschaal zoals 1:2 nodig.

Wat betekent schaal 1:1?

Schaal 1:1 betekent dat de tekening, de afdruk of het model dezelfde maten heeft als het echte voorwerp. Het eerste getal is de maat op de tekening, het tweede de maat in het echt. Ze zijn gelijk: 1 cm op papier is 1 cm op het onderdeel, en een schroef van 40 mm is op de tekening ook 40 mm lang.

Je komt de schaal onder meerdere namen tegen. Tekenaars spreken van ware grootte, printvensters van werkelijke grootte of 100%, en in de volksmond zeg je "één op één".

Alle andere schalen liggen aan een van de twee kanten. Vergrotingsschalen zoals 2:1 of 5:1 tonen het voorwerp groter dan het is, wat handig is bij kleine onderdelen. Verkleiningsschalen zoals 1:2, 1:5 of 1:100 tonen het kleiner, zodat een kast of een heel gebouw op één vel past.

De schaalfactor is 1. Je hoeft niets te vermenigvuldigen of te delen en let alleen op de eenheden: 2,5 cm is 25 mm en 1 m is 100 cm.

Waar wordt schaal 1:1 gebruikt?

Je werkt op schaal 1:1 als het voorwerp op het vel past en je een echt onderdeel op de tekening wilt leggen of een vorm wilt overnemen zonder om te rekenen:

  • Technische tekeningen. Kleine onderdelen zoals schroeven, bussen en beugels teken je op ware grootte zolang ze op het vel passen. De norm ISO 5455 noemt 1:1 tussen vergrotingsschalen zoals 2:1, 5:1 en 10:1 en verkleiningsschalen zoals 1:2, 1:5 en 1:10.
  • Naaipatronen. Je print het patroon op ware grootte, plakt de vellen aan elkaar en neemt de vorm direct over op de stof.
  • Mallen bij het klussen. Een boormal plak je op het werkstuk en je boort door het papier heen.
  • Elektronica. Op een 1:1-afdruk van een printplaat leg je de componenten neer en controleer je de afstand tussen de pootjes voordat je de print bestelt.
  • 3D-printen. In de slicer staat een model op 100% als het de maten uit het ontwerp moet krijgen.
  • Replica's op ware grootte. Een filmrekwisiet, helm of auto op schaal 1:1 is even groot als het origineel.

Schaal 1:1 in de praktijk: voorbeelden

Een paar maten die je met een liniaal kunt nameten:

  • Een bankpas is 85,6 × 54 mm. Op schaal 1:1 getekend heeft hij dezelfde maten. Leg de pas op de afdruk en je ziet of de printer de pagina heeft verkleind.
  • Een A4-vel is 210 × 297 mm. Een onderdeel van 250 mm past er op schaal 1:1 in de lengte op. Een onderdeel van 400 mm heeft een A3-vel nodig (297 × 420 mm).
  • Een bureaublad van 140 × 70 cm is langer dan een A0-vel (841 × 1189 mm). Daarom worden meubels meestal verkleind getekend, bijvoorbeeld op schaal 1:10.
  • Een detail van 8 mm is op schaal 1:1 slecht leesbaar. Op schaal 5:1 is het op de tekening 40 mm lang en is er ruimte voor de maatvoering.
  • Een tv-beugel met VESA 200 × 200 heeft gaten op 200 mm van elkaar. Op een mal op schaal 1:1 is de afstand hetzelfde: je plakt het papier op de muur en boort erdoorheen.
advertentie

Schaal 1:1: veelgestelde vragen

De tekening of het model is even groot als het echte voorwerp. 1 cm op de tekening is 1 cm in het echt. Andere namen zijn ware grootte en werkelijke grootte.

De maten blijven gelijk. Een schaal vergroot als het eerste getal het grootst is, bijvoorbeeld 2:1. Ze verkleint als het tweede getal het grootst is, bijvoorbeeld 1:2.

Kies in het printvenster "Werkelijke grootte" of zet de schaal op 100%. Zet "Aanpassen aan pagina" uit, want die optie verkleint de afdruk met een paar procent. Meet daarna één bekende maat na op het papier en vergelijk die met de tekening.

Een lijn van 10 cm is op schaal 1:1 precies 10 cm lang. Op schaal 1:2 is ze op de tekening 5 cm en op schaal 2:1 is ze 20 cm. Het eerste getal gaat altijd over de tekening, het tweede over de werkelijkheid.

Niet altijd. De grootte op het scherm hangt af van de pixeldichtheid van de monitor, dus hetzelfde bestand lijkt op het ene scherm groter dan op het andere. Een afdruk op 100% heeft wel de echte maten.

Heb je een andere schaal nodig?

Open de volledige rekenmachine om met elke verhouding en eenheid te werken, of ga naar de schaalbalk-generator om je eigen schaallat te ontwerpen en af te drukken.

Schaalbalk Generator