Wat betekent schaal 1:1?
Schaal 1:1 betekent dat de tekening, de afdruk of het model dezelfde maten heeft als het echte voorwerp. Het eerste getal is de maat op de tekening, het tweede de maat in het echt. Ze zijn gelijk: 1 cm op papier is 1 cm op het onderdeel, en een schroef van 40 mm is op de tekening ook 40 mm lang.
Je komt de schaal onder meerdere namen tegen. Tekenaars spreken van ware grootte, printvensters van werkelijke grootte of 100%, en in de volksmond zeg je "één op één".
Alle andere schalen liggen aan een van de twee kanten. Vergrotingsschalen zoals 2:1 of 5:1 tonen het voorwerp groter dan het is, wat handig is bij kleine onderdelen. Verkleiningsschalen zoals 1:2, 1:5 of 1:100 tonen het kleiner, zodat een kast of een heel gebouw op één vel past.
De schaalfactor is 1. Je hoeft niets te vermenigvuldigen of te delen en let alleen op de eenheden: 2,5 cm is 25 mm en 1 m is 100 cm.
Waar wordt schaal 1:1 gebruikt?
Je werkt op schaal 1:1 als het voorwerp op het vel past en je een echt onderdeel op de tekening wilt leggen of een vorm wilt overnemen zonder om te rekenen:
- Technische tekeningen. Kleine onderdelen zoals schroeven, bussen en beugels teken je op ware grootte zolang ze op het vel passen. De norm ISO 5455 noemt 1:1 tussen vergrotingsschalen zoals 2:1, 5:1 en 10:1 en verkleiningsschalen zoals 1:2, 1:5 en 1:10.
- Naaipatronen. Je print het patroon op ware grootte, plakt de vellen aan elkaar en neemt de vorm direct over op de stof.
- Mallen bij het klussen. Een boormal plak je op het werkstuk en je boort door het papier heen.
- Elektronica. Op een 1:1-afdruk van een printplaat leg je de componenten neer en controleer je de afstand tussen de pootjes voordat je de print bestelt.
- 3D-printen. In de slicer staat een model op 100% als het de maten uit het ontwerp moet krijgen.
- Replica's op ware grootte. Een filmrekwisiet, helm of auto op schaal 1:1 is even groot als het origineel.
Schaal 1:1 in de praktijk: voorbeelden
Een paar maten die je met een liniaal kunt nameten:
- Een bankpas is 85,6 × 54 mm. Op schaal 1:1 getekend heeft hij dezelfde maten. Leg de pas op de afdruk en je ziet of de printer de pagina heeft verkleind.
- Een A4-vel is 210 × 297 mm. Een onderdeel van 250 mm past er op schaal 1:1 in de lengte op. Een onderdeel van 400 mm heeft een A3-vel nodig (297 × 420 mm).
- Een bureaublad van 140 × 70 cm is langer dan een A0-vel (841 × 1189 mm). Daarom worden meubels meestal verkleind getekend, bijvoorbeeld op schaal 1:10.
- Een detail van 8 mm is op schaal 1:1 slecht leesbaar. Op schaal 5:1 is het op de tekening 40 mm lang en is er ruimte voor de maatvoering.
- Een tv-beugel met VESA 200 × 200 heeft gaten op 200 mm van elkaar. Op een mal op schaal 1:1 is de afstand hetzelfde: je plakt het papier op de muur en boort erdoorheen.