Wat betekent schaal 1:1000?
Schaal 1:1000 betekent dat alles duizend keer kleiner is getekend dan in werkelijkheid. Een centimeter op het blad is 1000 cm in het terrein, dus 10 m. Een millimeter is precies een meter.
Juist dat tweede verband maakt deze schaal zo handig. Je legt een gewone liniaal op de kaart, leest de millimeters af en hebt de afstand in meters. Een perceelgrens van 23 mm op de kaart is in het echt 23 m lang.
De schaalfactor is 0,001. Van werkelijkheid naar kaart deel je door 1000, terug van kaart naar werkelijkheid vermenigvuldig je met 1000. Reken je in meters en millimeters, dan blijft het getal gelijk en verandert alleen de eenheid.
Waar wordt schaal 1:1000 gebruikt?
Een A3-blad op schaal 1:1000 toont ongeveer 420 × 297 m terrein. Daar passen meerdere bouwblokken op, en toch zijn losse gebouwen, straten en perceelgrenzen nog goed te zien. Je komt de schaal vooral tegen:
- op de verbeelding van bestemmingsplannen, die vaak op 1:1000 wordt getekend,
- op grootschalige topografische kaarten en kadastrale kaarten van bebouwd gebied,
- op situatietekeningen van woonwijken, bedrijventerreinen, scholen en ziekenhuizen,
- op tekeningen van wegen, spoorlijnen en leidingen die honderden meters lang zijn,
- op stedenbouwkundige maquettes, waarop een hele wijk op een tafel past en een gebouw van 30 m 3 cm hoog is.
Schaal 1:1000 in de praktijk: voorbeelden
Een paar omrekeningen om gevoel te krijgen voor de schaal:
- Een bouwkavel van 25 × 40 m wordt een rechthoek van 2,5 × 4 cm.
- Een huis van 12 m breed is een lijn van 12 mm.
- Een voetbalveld van 105 m lang meet 10,5 cm.
- Een straat van 600 m beslaat 60 cm, ongeveer de breedte van een A2-blad.
- Een afstand van 37 mm, gemeten met een liniaal op de kaart, is 37 m in het echt.
Oppervlaktes reken je net zo snel uit. Een vierkant van 1 × 1 cm op de kaart is 10 × 10 m in het terrein, dus 100 m², oftewel een are.